Op een dag liep ik door Delfzijl en kwam ik  terecht in een wijk die bestond uit identieke kleine arbeiderswoningen die voor de helft waren afgebroken en voor de andere helft nog bewoond waren. Het bleek niet 1 rijtje te zijn, maar een hele wijk vol waarvan er, zo leek het althans, willekeurig was begonnen met afbraak. Een vrouw in een bloemetjesschort was bezig in haar voortuin het mos tussen de tegels uit te halen, terwijl 5 huizen verderop een grijper het dak eraf trok en met een luide knal in een container smeet. De vrouw werd voor even onttrokken aan mijn gezichtsveld en gelijk met het ritmisch gekrab op de tegels kwam zij langzaamaan weer tevoorschijn, alsof er niets was gebeurd. 

Een rij verderop zaten moeder en dochter voor hun woning op plastic tuinstoelen te genieten van een kopje koffie terwijl tegenover hen een hijskraan met grof geweld een raam uit de gevel trok.

Hun buurman was een zwijgende man in een versleten trui, diep weg gestopt in een donkergeel doorrookt huis. Onder zijn ellebogen verraden de kale plekken in het Perzisch tafelkleed, zijn dagelijkse routine. Ik zat tegenover hem aan tafel en wachtte minutenlang totdat hij weer een zin sprak in dat ondoorgrondelijke Gronings dialect. Over zijn vader die uit dat huis was weggedragen. Over zijn moeder die op haar sterfbed tegen hem zei; "Het kumt wel goud mien jong. Het kumt wel goud..".

 

Het zijn zinnen en beelden die ik op zo'n moment onthoud om later vast te kunnen leggen. Soms zelf met mijn camera, soms met een crew.

Soms zijn het beelden die ik onderweg zie, soms zijn het verhalen die ik lees of hoor, mij nieuwsgierig maken en mij bewegen tot het maken van een documentaire. Over doorgaans heel gewone mensen die in bijzondere omstandigheden leven zoals in De zee lacht me toe. Of op een andere manier een film waard zijn omdat ze een bijzonder verhaal hebben zoals de mensen in 0,8 Ampère Geluk die vertellen over de depressies waar zij aan lijden. Of omdat hen iets is overkomen waarvan ik vind dat dat verhaal ook verteld moet worden ondanks dat het moeilijk is, pijnlijk, of heel verdrietig zoals het verhaal van het verbrande meisje uit mijn jeugddocumentaire Als ik in de spiegel kijk.

 

Geïnspireerd door bestaande muziek of door de gecomponeerde soundtrack van de Machinefabriek en door zelf te kijken naar veel, heel veel, mooie, grappige, gestileerde en rauwe documentaires en fictiefilms van eigenzinnige regisseurs als Xavier Dolan, Ulrich Seidl, Wes Anderson, Errol Morris, Michael Haneke, Pirjo Honkasalo, Nick Broomfield, Peter en Petra lataster, Boris Gerrets, Coco Schrijber.

Het zijn processen van een jaar, twee jaar, drie jaar waarin ik research, subsidie aanvragen schrijf, overleg met de andere filmmakers, producent, cameraman, geluidsman en editor en zelf dingen uitprobeer met mijn camera en in de montage. Processen waarin ik wil doordringen tot dat wat mensen beweegt, zoek naar het waarom achter de verhalen en kijk naar een beeldende manier om als fly on the wall met een bewegende camera, of in ruime geënsceneerde totalen, de levens en de mensen hierin, vast te leggen.

 

Saskia Gubbels, Amsterdam.